Thuis elektriciteit 'tanken' : wanneer geen bijkomend belastbaar voordeel ?
30/09/2021, 07:09

Bedrijfswagen met tankkaart

De omvang van het (bij de genieter) te belasten voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het ter beschikking stellen van een bedrijfswagen voor persoonlijk gebruik, wordt niet beïnvloed door het feit dat de vennootschap samen met de bedrijfswagen een 'tankkaart' ter beschikking stelt.

De brandstof die met de tankkaart getankt wordt, geeft - wat de betrokken bedrijfswagen betreft - dus geen aanleiding tot het aanrekenen van een bijkomend voordeel van alle aard, zelfs niet als men met die brandstof privékilometers aflegt.

Elektriciteit tanken

Anders dan bv. bij benzine- of dieselwagens, bestaan er voor 'elektrische' bedrijfswagens verschillende mogelijkheden om 'brandstof te tanken' : men kan ze opladen aan een oplaadpunt dat bij het bedrijf zelf geïnstalleerd is, of onderweg bij een tankstation dat in elektrische laadpalen heeft voorzien, en zelfs thuis.

De vraag is dan wat er gebeurt als men een elektrische bedrijfswagen waarvoor men over een 'tankkaart' beschikt, thuis oplaadt, en men de aldus thuis 'getankte' elektriciteit terugbetaald krijgt van de werkgever : moet dan voor die tankbeurt wel een bijkomend voordeel van alle aard worden aangerekend ?

Volgens de minister van Financiën is dat niet het geval, als drie bijzondere voorwaarden vervuld zijn :

1) de werkgever stelt naast een elektrische bedrijfswagen eveneens een elektrische laadpaal ter beschikking van zijn werknemer;

2) deze laadpaal beschikt over een specifiek communicatiesysteem dat aan de werkgever communiceert hoeveel elektriciteit er wordt verbruikt

3) de car policy voorziet bovendien in de terugbetaling van de met de thuislaadpaal getankte elektriciteit.

Verworpen uitgaven

De terbeschikkingstelling van een 'tankkaart' heeft geen verhoging tot gevolg van het belastbaar voordeel van alle aard bij de genieter. Sinds enkele jaren heeft die terbeschikkingstelling daarentegen wel een verhoging tot gevolg van de verworpen uitgaven bij de vennootschap die de bedrijfswagen voor persoonlijk gebruik ter beschikking stelt.

Een vennootschap die een bedrijfswagen voor persoonlijk gebruik ter beschikking stelt, moet de aftrekbare kosten in verband met deze wagen toevoegen aan haar verworpen uitgaven ten belope van (in principe) 17 % van het voordeel dat (vóór aftrek van een eventuele 'eigen bijdrage') belastbaar is in hoofde van de genieter (art. 198, § 1, 9° WIB 1992). Deze verwerping ten belope van 17 % is enkele jaren geleden vervangen door een verwerping ten belope van 40 %, wanneer de vennootschap de brandstofkosten "verbonden met [het] persoonlijk gebruik geheel of gedeeltelijk" ten laste neemt.

De verhoging naar 40 % geldt dus in principe ook als een vennootschap een bedrijfswagen 'met tankkaart' voor persoonlijk gebruik ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider; met dien verstande dat deze verhoging niet moet worden toegepast wanneer de genieter de brandstofkosten voor het persoonlijk gebruik aan de vennootschap vergoedt

Kortom, een 'tankkaart' verhoogt het belastbaar voordeel niet in hoofde van de genieter, maar heeft in hoofde van de vennootschap wel tot gevolg dat de kostprijs (onder invloed van de te verwerpen uitgaven) omhoog kan gaan.